Het interview met Harry Schobbe

 

 

 

Tja………. Pa kweekte al 40 jaar vogels. Dus de hobby is met de paplepel ingegoten.

Mijn allereerste kweekervaring was toen ik een paar jaartjes oud was. I

k ging naar pa op de zolder en zag daar een mooi sigarenkistje staan.

Daar zat raar zand in en het dekseltje zat dicht.

Ik rammelde met het kistje en vroeg wat er in zat….

Pa kleurde wit, toen rood naar paars en ontplofte als een vulkaan.

Gelukkig kon ik hard rennen. In het kistje zaten de uitgeraapte eieren.

Dat jaar waren de aantallen jongen wat minder bij pa.

 

 

 

Ik was 14 jaar toen Pa mij wat vogeltjes aanschafte. Het werd de postuur border.

Een leuke gele vogel. Ik irriteerde mij meestal als ik op zolder de volière schoonmaakte

en de poep op mijn hoofd viel. De lol was er snel af. Ik had andere hobby’s die niet zo

vies waren. Ik vond de vogels van Pa leuk om naar te kijken. Leuker als het

schoonmaken en poepen. Na twee seizoenen was de liefde over.

Maar zoals ze zeggen oude liefde roest niet.

 

Al jaren verzorgde ik de automatisering op de wedstrijden van het cluppie van Pa.

De topvogels Maastricht. Een leuke hechte vereniging met topkwekers.

Ik hoorde vaak van kwekers dat hier de top zat en dat men vaak geen lid durfde te worden.

Tja die kwaliteit hé. Die mannen kun je niet tegen op en ze houden alle geheimen voor zich.

Men kijkt er erg tegenop. Maar de leden in kwestie zien dat zelf helemaal niet zo.

Het zijn mannen die elkaar komen helpen, adviseren en ondersteunen.

Niks geen geheimen en niks van tegen op kijken. Iedereen is welkom en altijd een vriendelijk woord.

Zelf had ik nog geen vogels maar steunde Pa. Niet alleen Pa maar de hele vereniging.

De leden hebben geen kaas gegeten van automatisering…..maar wel van kweken en hoe….

Toppers …zelfs ik met mijn beperkte kennis kon zien dat er bijzondere exemplaren waren.

Ik was de man van de catalogus.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Ik zorgde voor de invoer van de punten. Het vogel virus was alom aanwezig en de wedstrijd spanning

stond op de gezichten van de kwekers. Leuk. Maar ik volgde het van op een afstand.

 

 

Tot het jaar 2004. Alles vanouds en ik voerde weer vlijtig de puntjes in. Bij mijn jaarlijks bezichtiging

van de vogels viel mijn oog op een stel appelvinken van ons toenmalige lid Pierre Ramaekers.

Een machtige vogel. Hij was enorm rustig. At wormen uit de hand en het liefst de hand erbij.

Het leek wel op een predator uit Jurassic Parc. Uren bleef ik ernaar kijken.

 

 

 

 

Op de een of andere manier begon ik anders te kijken naar de vogels.

Ik hou van wat rust en Pa adviseerde mij als ik er zin in had om rustig te beginnen.

Neem wat glosters. Makkelijk te kweken en ze zijn heel rustig.

Ik begon wat informatie in te winnen en op internet wat vogels te bekijken.

Bert Hummel en Chris Claes. Jaja niet gelijk de minste. Ook Engelse sites.

Als ik dat soort vogels ooit eens zou kunnen kweken……………

 

Pa belde. Hij had met twee Gloster kwekers contacten gelegd.

Zelf zou ik deze waarschijnlijk nooit hebben kunnen kopen maar via pa lukte dat wel.

In december arriveerden de eerste vogels.  6 poppen en 2 mannen.

Hele mooie exemplaren. Wat was ik trots. Ik had er gelijk zin in.

Maar dan…..zoveel vragen. Nu wist ik wel het een en ander van vroeger

en van het meekijken bij Pa. Maar nu had ik daar vogeltjes zitten en  nu???….

Twee kleine vluchten en twee grotere vluchten werden gebouwd.

Elke dag 5 x bellen naar mijn hotline. Wat moet ik hier nu weer mee?

 

 

Een volière buiten en binnen en er kwamen 6 broedkooien.

Het eerste kweekjaar 2005 23 jongen. Een van de mannen legde halverwege het loodje.

Natuurlijk de mooiste van de twee. Twee poppen zaten wat voor zich uit te kijken maar

eieren leggen ho maar. De andere 4 deden het echter prima. Ik was niet ontevreden.

Ook de shows die volgden ging prima. Op de Eurovogelshow en de Limburgse

speelde ik niet onverdienstelijk. In 2006 wat vogels erbij gehaald. Elk jaar weer wat bijgekocht

en de kwaliteit verbeterd. Zeker in het begin kun je niet verwachten direct aan de top te

komen als je niet echte kwaliteit koopt. Dat is niet goedkoop. Maar zeker bij de start kun je

beter gelijk goed materiaal aanschaffen.

 

 

 

 

 

Glosters zijn een leuk ras. Maar de standaard is niet gemakkelijk.

Dat is uiteraard bij alle rassen wel zo. Toch bemerk ik dat het een lastig

soort is voor onze keurmeesters. De punten schommelen soms tussen 88 en 93.

Te vaak zie je grote verschillen. Ze moeten klein en rond zijn.

Een goede brede kop die doorloopt. Bij een grote kop wordt de rest van het lichaam

ook al weer gauw te groot. Hou je de gloster klein dan heeft hij al snel weer geen volume.

Het kost jaren van goed doorkweken en selecteren. Vaak wel 30 jaar.

De grote mannen binnen de gloster sport lopen dan ook al heel wat jaartjes mee.

Bij onze bond is dat Roosendaal. Maar er zijn ook meerdere grote mannen in

Duitsland en Belgie. Het zijn er teveel om op te noemen. Zij hebben eerst

na jaaaaaren doorselecteren de kwaliteit die vereist is op de echte grote wedstrijden.

Na 6 jaar echter ben ik al een heel eindje gekomen.

 

 

 

Het is echter nog een lange weg te gaan met mijn glosters. Leuk zijn de kleuren

bij glosters. Prachtig zijn de witte en gele glosters. Het is echter helemaal niet

makkelijk om glosters in deze kleuren aan de standaard te laten voldoen.

De bekende fouten spelen dan op. Zeker omdat in deze kleurenslagen de

bevedering helaas te wensen overlaat. Je moet dan al grotere aantallen kweken.

Maar zoveel kleurslagen zorgt ervoor dat de kans op een stammetje minder wordt.

Wil je trouwens op internationaal niveau mee spelen dan moet je toch wel in grote

volumes gaan kweken. Meer dan 300 vogels geven dan meer kans.

Bij glosters komt ook nog kijken dat je of Kuiven of Gladkoppen kunt krijgen.

Afhankelijk van je combinatie. De kuif is bij de glosters het belangrijkste.

Dat is immers het soort. De kuif is niet makkelijk. Dan weer heb je een mooie

vogel van grootte en formaat. Dan is het niet zeker dat ook de kuif mooi is.

Een euro moet er op passen. Mooi rond en met gesloten pit, niet rommelig.

Je begrijpt dat een mooie kuif gloster erg bijzonder is.

Ik heb drie jaar geleden een rode duitse kuif man aangeschaft.

Deze duitse jongen zorgde in combi met twee rode poppen voor slechts

twee nakomelingen. Met deze twee mannen erbij had ik wat materiaal om

duitse kuiven te kweken. Dat ging redelijk. Het tweede jaar zaten er twee hele mooie bij.

Op de wereldshow net naast het ere metaal. Ik dacht nu gaat het gebeuren.

Maar het vorige jaar dramatisch gekweekt. De aantallen vielen wel mee.

Maar de kwaliteit haalde het niet bij het tweede jaar. Waar ligt zo iets aan?

In elk geval tijd voor keuzes. De rode vogels bevielen overigens prima.

Ik had een goed soort kunnen aanschaffen....... dat is duidelijk.

Pa werd mijn hofleverancier en sponsor. Maar dan moest ik wel keuzes gaan maken.

Glosters corona en consort, duitse kuiven, rood intensief en schimmel.

Dat zijn teveel rassen om succesvol te kunnen zijn.

 

De rode duitse kuiven gingen er dus uit. De glosters werden gehalveerd

en volgend jaar wederom gehalveerd. Waarschijnlijk blijven er wel een paar over.

Het soort waar ik langzaam op over ga is de rode intensief en rood schimmel vogels.

 

 

 

Aan mij om de rode familie eer hoog te houden. De lat ligt super hoog.

Pa die al zoveel gewonnen heeft. Dan met zijn soort mijn eigen hok opbouwen

met torenhoge verwachtingen. Als ik wat prijzen zou winnen dan is het:

ja dat is makkelijk. Als ik niks win dan zeggen ze; hij kan er zelf niks van.

Toch ga ik over. De rode vogels zijn groter, krachtiger, mooier van kleur in mijn hok.

Alleen al voor de vogel doe ik het toch.

 

De komende jaren staat in het teken van mij rode kanaries.

Nu inmiddels ook al secretaris van onze mooie club.

Ook net als pa die het zo’n 40 jaar heeft gedaan.

De geschiedenis herhaalt zich op meerdere fronten.

Het is gewoon leuk om te doen. Het vergt ook veel werk.

De website, het boekje. Dat zijn natuurlijk twee zaken die niet hoeven.

Het levert echter zoveel publiciteit en goodwill op zodat het eigenlijk niet

meer weg te denken is.

 

 

 

De administratie rond de club is erg veel werk dat vaak onderschat wordt.

Nu tik ik sneller op de pc dan lucky luck kan schieten dan zijn schaduw...

Daarom ook respect voor de mannen die dit voorheen allemaal moesten schrijven.

Ik zie Marion van John Koch nog de catalogus zitten typen bij pa in de huiskamer. Nachtwerk.

Maar ik doe het nog steeds met veel plezier.