De Postuurpagina

 

Op deze pagina trachten wij u zoveel mogelijk informatie te verschaffen over de verschillende postuur vogels.

 

 

Glosters 

In september/oktober is het de tijd van het jaar om na te denken over de selectie van de vogels voor de kweek van volgend jaar. Dit zijn belangrijke beslissingen voor het behoud en de verbetering van je stam glosters. Hoewel het soms een kwestie van geluk is, bestaan er basisregels die gevolgd moeten worden om succes te hebben.

 

Algemene regels

 

  1. Neem nooit een beslissing voordat een vogel volledig is uitgeruid. Sommige veelbelovende vogels kunnen erg teleurstellend zijn als ze zijn uitgeruid, terwijl andere vogels opbloeien en je zullen verrassen. Het beoordelen van jonge glosters voor de rui is een grote vergissing, hoe mooi ze er ook uitzien als babyvogel.
  2. Ga er nooit van uit, dat goed uitziende vogels ook goede jonge vogels produceren. Het genetisch materiaal van een vogel is erg complex en sommige kampioenen zullen hun hele leven nooit een goede tt-vogel produceren. Met lijnenteelt, waarbij een groot aantal genen geselecteerd zijn heb je de meeste kans op de beste vogels.
  3. Visuele selectie is even belangrijk als afstamming. Maar als je een keuze moet maken tussen verschillende vogels, kijk dan naar de afstamming en pak de vogels met de beste voorouders. Houd nooit slechte kwaliteit vogels aan alleen vanwege hun afstamming. Aan de andere kant, kies nooit een vogel alleen gebaseerd op zijn uiterlijk, zoek altijd de balans tussen uiterlijk en afstamming.
  4. Pootjes en benen vormen een goede indicator voor de kwaliteit van een gloster. Vogels met grote pootjes en benen zijn een aanwijzing voor forse vogels. Zoek vogels uit met kleine pootjes en korte benen.
  5. Vogels met lumps vormen een nachtmerrie voor de Gloster-kweker. Wat mensen ook zeggen, lumps zijn verschrikkelijk en zorgen ervoor dat een vogel niet gezond kan uitruiïen. Bij oudere vogels met gezondheidsproblemen kunnen lumps voorkomen. Gezonde vogels jonger dan 4 jaar moeten nooit lumps hebben. Het gebruik van intensieve vogels lost het lump probleem niet altijd op. In sommige stammen, komt het zelfs voor, dat intensieve vogels lumps hebben. Bij goede selectie en paring, zal schimmel met schimmel ook lumpvrije vogels opleveren. Vogels met een witte ondergrond zijn prima om de veerkwaliteit van schimmels en groenen te verbeteren. In sommige stammen waar men veel intensieve vogels gebruikt, komt het voor dat de 2e generatie schimmel welke gepaard worden alweer vogels met lumps opleveren. Dit is dan een indicatie dat het verkeerde veertype steeds terugkeert, ondanks het gebruik van intensieven om de veerzachtheid terug te brengen.
  6. Kleurhelderheid is niet altijd een teken van goede veerkwaliteit, maar een zaak van pigmentatie.

 

 

Welke mannen houden we

 

 

  1. Vitale mannen kunnen gewoonlijk 5 jaar gebruikt worden, zo lang ze maar goede kwaliteit leveren. Mannen die de jongen goed voeren zijn belangrijk. Denk altijd twee keer na voordat je een gezonde vitale man wegdoet.
  2. Mannen die de eieren niet bevruchten kun je een tweede keer gebruiken bij een goede pop. Gebruik een van de beste poppen om hem op weg te helpen. Als het dan in het tweede jaar niet lukt, doe de man dan weg. Zelfs als het derde jaar misschien wel zou lukken, neemt dat te veel van de opbrengst van goede poppen weg.
  3. Het gebruik van sommige kwekers om de beste man te koppelen aan zoveel mogelijk poppen, kan een negatieve invloed hebben op je stam. Nu zullen immers de beste jongen allemaal verwant zijn en binnen de kortste tijd krijg je te maken met inteelt. Kweek met overleg zodat je de genenpool kunt benutten zonder dat je teveel nieuw bloed moet inbrengen. Je zult er verrast van zijn welke man de beste jongen krijgt. Dikwijls doen de broers of zussen van de kampioenen dit, het maakt soms niet uit hoe ze er uitzien.
  4. Mannen die agressief zijn in de kweek vormen een plaag. Als het mogelijk is, ruim deze mannen dan snel op. Een beetje temperament is natuurlijk nodig, maar streef naar goede mannen die een hulp zijn bij het voeren van de jongen.
  5. Gloster mannen die uiterlijk lijken op poppen zijn de beste keus. Ze zijn meestal kleiner dan de meeste mannen. De dochters van deze mannen zullen moeilijk te verslaan zijn op de diverse tt’s. Gebruikelijk vormen grotere mannen een beter type, maar deze reduceren de prijskansen voor hun poppen. Als je dergelijke grote mannen in de kweek gebruikt, worden de poppen steeds groter en in korte tijd zal het dan te laat zijn om de situatie te corrigeren. Wees kritisch op de grote van je mannen dan heb je controle over het type van je stam.
  6. Zorg dat de mannen heldere kleuren vertonen. In de regel zullen poppen minder helder van kleur zijn. Als je geen heldere mannen gebruikt zullen de poppen steeds doffer worden. Je zult dan eindigen met een stam van uitgewassen vogels.

 

Welke poppen houden we

 

  1. Vitale popen kunnen gemakkelijk 4 jaar voor de kweek worden ingezet, zolang ze maar goede kwaliteit leveren. Het succes van een glosterstam is gebaseerd op de broedcapaciteiten van de poppen. Zorg er dus voor dat je niet eindigt met nutteloze maar wel goed uitziende poppen. Als je poppen gebruikt met grote kronen, knip dan de kroon voor het begin van de kweek. De kuif zal immers weer terugkomen na de volgende rui. Als je de kroon knipt, kunnen je poppen hun jongen optrekken zoals ook normale kanaries. Knip de kroon wel een maand voor het broedseizoen, dan geef je de pop de kans om te wennen de wereld te zien waarin ze leeft.
  2. Broedcapaciteiten zitten in de genen. Zoek daarom het eerst onder de dochters van de best broedende poppen, tenminste als ze het goede type laten zien. Denk er wel aan, dat als je aan lijnen teelt doet, dan kan iedere pop een kampioen voortbrengen. Wees er zeker van dat goed broedende poppen familie zijn van je beste vogels. Goede kans dat de volgende kampioen afkomstig is van een van die poppen.
  3. Als je grote poppen gebruikt is je stam ten dode opgeschreven. Hun zonen zullen nog groter zijn en je bent dan bezig op de verkeerde weg. Kleine volumeuse poppen zijn het beste.
  4. Poppen moeten een heel goed type hebben. De meeste jonge mannen zullen langer en dunner zijn dan hun moeder. Als je lange smalle poppen aan houd, dan zullen hun zonen buiten de standaard groeien. Goede type poppen gekoppeld aan mannen die op hen lijken, brengen je op weg naar de top.

 

Welke corona’s houden we

 

  1. De corona is waarschijnlijk het meest moeilijke type kanarie en de meeste kwekers hebben niet veel top kwaliteit om uit te kiezen. De ervaren kweker weet dat er veel compromissen gesloten moeten worden om goede corona’s voort te brengen.
  2. De beste kuiven vinden we gewoonlijk onder de grotere vogels. Langere veren geven een meer gewelfde kroon. Als je alleen selecteert op grote kronen, dan zul je eindigen met een stam vol grote vogels. Houd steeds in de gaten, dat je een tt-vogel wilt met een goed type.
  3. Houd nooit een vogel met een verkeerde kroon. (gesplitste kroon, middelpunt naast het midden) Selecteer vogels met een ronde kroon met een goed middelpunt.Het moeilijkste is de voorzijde van de kroon. Vogels met tekortkomingen in de voorkroon zullen nooit goede stamvogels voortbrengen. Soms is het goed om andere fouten te accepteren maar doe nooit toezeggingen aan een goede kroon.
  4. Hoorntjes zijn het meest voorkomende probleem bij de corona’s. De veertjes bij de oren hebben de neiging om in een andere richting te groeien en dikwijls laten vogels met een grote kroon hoorntjes zien. Laat je niet voor de gek houden door de z.g. experts die zeggen dat veel tt vogels een beetje bijgewerkt zijn aan hun kroon voordat ze naar de tt gaan. Probeer de fout uit de stam te kweken.
  5. Ga vogels met kleine kronen uit de weg. Ze lijken altijd een beetje zielig. Soms zullen ze je herinneren aan je eerste glosters, maar dat is niet goed. Een goede gloster is een uitgebalanceerde vogel, met de kop in de juiste proportie met de rest van het lichaam.  Voor broeddoeleinden moet je vogels hebben met een grote kroon,.
  6. Het duurt jaren, zoniet decennia om goede corona’s te kweken. Als je goede hebt, paar ze dan alleen met andere goede kwaliteit vogels. Als je geen goede corona’s hebt, zorg dan dat je ze krijgt. Ze verschijnen niet door tovenarij. Je leeft niet lang genoeg om het werk van generaties goede kwekers te herhalen.

  

Welke consorts houden we

 1.      Als het je doel is om te winnen met consorts, dan moet je je kweek focussen op consorts. Hoewel vandaag de dag de tt consorts niet over de zware wenkbrauwen hoeven te beschikken als in het verleden, moet je je hierop focussen samen met een rond hoofd.

2.      Kweekconsorts hoeven niet te beschikken over de positief genetische eigenschappen van corona’s.

3.      De meest succesvolle tt consorts komen gewoonlijk uit lijnen van grotere vogels, wat aangeeft hun onverenigbaarheid voor de kweek van corona’s. De bij de coronakweek benodigde kleine consorts met strakke bevedering is zelden een hit op de keurtafel. Goede intensieve vogels komen altijd uit de lijn van krachtige consorts. De strakke intensieve consorts, geschikt voor coronakweek, zullen nooit de top bereiken.

4.      Er is niets mis mee om een corona partner te gebruiken in de kweek van consorts. De meeste mensen doen dit, maar je moet er dan wel zeker van zijn, dat de corona komt uit een goede consort-lijn, anders is dat desastreus voor het kopje van je consorts. Het is ook erg moeilijk om de impact van een coronakopje voor een consortkopje te voorspellen. Je zult dan af moeten gaan op verwanten van de corona om een indicatie te hebben.

5.      Er zijn altijd uitzonderingen op de regel, maar in de meeste gevallen produceren sommige paartjes betere consorts, terwijl andere betere corona’s produceren. Dit gebeurt zelfs in dezelfde lijn. De glosterkwekers moeten niet bang zijn voor deze realiteit. Integendeel we moeten het begrijpen en in ons voordeel gebruiken.

6.      Als het je doel is om de beste corona’s te kweken, dan moet je consorts gebruiken die nauw verwant zijn aan je beste corona’s. De meeste van deze consorts zullen nooit iets maken op de keurtafel. Maar als je succesvol wil zijn, dan moet je deze techniek leren, anders maakt het niet uit hoeveel goede corona’s je hebt maar je zult ze systematisch vernietigen door je betere consorts te gebruiken.

7.      Gebruik altijd de consorts die het meeste verwant zijn met je beste corona’s, kijk niet naar de kopkwaliteiten van deze consorts, dat is niet hun doel. Maar de moeilijkheid ter verkrijging van goede kuiven, dwingt je tot een compromis bij selectie van je corona’s .je moet dan erg kritisch zijn op de overige kwaliteiten van de consort, omdat deze kwaliteiten erg nodig zijn om de tekortkomingen van je corona’s te compenseren. Met ander woorden, omdat je alleen goede kuiven kunt krijgen via je corona’s, mag je bij corona’s andere fouten accepteren, maar deze tekortkomingen mogen niet voorkomen bij je consorts.

 

 De bovenstaande regels zijn erg duidelijk, maar om ze allemaal samen te gebruiken, als je gaat selecteren, levert een zeer interessante oefening op.

 

Robert Larochelle 2005.

 

De crest

Cresten van Fred en Ken Rix

 Fred en Ken Rix kregen al meer dan dertig geleden interesse in de Crestedkanarie en al gauw konden ze genieten van hun eerste showsucces in een reeks van velen. Vader en zoon Fred en Ken Rix begonnen vroeg in de jaren ’70 met Cresten, schrijft Roy Stringer. Daarvoor kweekten en showden zij met Borders en Britse vogels. Cresten waren niet makkelijk aan te schaffen en de fam. Rix schreef naar vele topkwekers zonder antwoord te krijgen. De eerste die antwoord gaf was C.A. Lamb uit Nottingham, een hele bekende kweker die bij veel gelegenheden “Beste Crested in show” had gewonnen op de Nationale tentoonstelling en op de Crested Canary Club (CCC).

 Nadat zij een paar jaar Cresten hadden gekweekt, konden de partners wat vogels kopen van A.E. Newsham, die een goede vriend en adviseur werd. Daarna schaften zij zich wat vogels aan van Rod Lesham, die de nummer één was tussen de Crestkwekers. Zij bleven vijf jaar lang Cresten kweken zonder ze te showen hoewel ze vele shows bezochten om het type te bestuderen die wonnen.

Toen ze hun Cresten begonnen te showen, kwam het ene succes na het andere. Ze hebben “Beste kanarie in show”gewonnen op de National en beste jonge showvogel in show op het zelfde evenement. Op de nationale tentoonstelling hebben ze de beker voor beste overjarige kanarie verscheidene malen gewonnen. Beste Crested kanarie 19 keer en beste oude type kanarie 16 keer.

 

Op de clubshow van de CCC hebben de Rixen meer dan 20 keer “Best Crest”en “Beste jonge Crest” geïncasseerd. Ze hebben beiden bij de National bij de CCC en bij shows over de grens gekeurd. Fred is erevoorzitter van de CCC en Ken is erelid, secretaris en penningmeester.

De Rixen merken op dat het belangrijkste van een Crest de kop is. De kwaliteit van de kop is het moeilijkst te bereiken; de kop moet rond en zo groot mogelijk zijn, met een brede, bladvormige bevedering wat loopt vanuit een klein middelpunt tot aan het uiteinde van een kleine snavel, zonder split erin. Ovale of schildvormige kuiven zijn niet acceptabel. Ook die vogels niet waarvan de kern van de kuif niet in het midden van de kop zit, of vogels met splitten in de kuif of “hoorntjes”.

Een Crested moet een grote kop hebben met een brede bladvormige bevedering die over de ogen heen valt om ze een uiterlijk te geven van een uil. Hoewel de Crested kanarie het meeste opvalt, is de Crested heel belangrijk als het er op aan komt om goede Cresten te kweken.

Crestbreds hebben genoeg van de juiste bevedering nodig op hun kop om een goede kuif voort te brengen. Als je zachtjes de kopbevedering naar voren duwt vanaf de achterkant van de schedel met een munt, dan moet de bevedering naar de punt van de snavel komen. Al de normale kleuren die je ook vindt in de andere “type” kanarierassen , vind je ook bij de Crest, alhoewel hele gelen zeldzaam zijn.

De vleugeltekening van de Crest is aantrekkelijk, maar op de show zijn de kopkwaliteit en het “type” de meest belangrijke punten. Als die goed zijn, dan kan elke kleur winnen.

De Crest is niet gemakkelijk te kweken. Het is beter om er nog een kleiner ras bij te kweken zoals Fifes, Glosters of kleurkanaries, zo vertelde Fred me. Als je dan nog steeds Cresten wilt, probeer het dan met 2 of 3 koppels.

 

Met Cresten is de standaardkoppeling Crest  x  Crestbred. Alle koppels zouden hetzelfde moeten zijn: bijvoorbeeld 3 kuifmannen met 3 gladkop-poppen of 3 gladkop-mannen  x 3 kuifpoppen. Dit komt je goed uit als er problemen in de broedkooien zijn, omdat alle mannen en poppen verwisselbaar zijn. Cresten vereisen geen speciale behandeling en ze zijn niet moeilijk in het voorbereiden voor de show.

Slechts weinig ruw bevederde vogels zijn er nog te vinden, omdat de bevederingkwaliteit in de laatste 20 jaar sterk verbeterd is.

De laatste tijd doen de Cresten van de familie Rix er langer over om door de rui te komen, dus zijn ze soms niet klaar voor de vroege shows. Maar vader en zoon zijn het met elkaar eens : “Na al die jaren zijn Cresten voor ons nog steeds een genot om te kweken. Er is echter genoeg om over na te denken als je jezelf gaat voorbereiden om Cresten te kweken. Fred en Ken Rix bieden dan ook wat tips aan.

“Als wij de kweekkoppels van onze Cresten selecteren bestuderen we eerst hun uiterlijke attributen; zoals type, maat en bevederingkwaliteit. Type is te allen tijde belangrijk, maar als het op de maat aankomt dan koppelen we graag kleinere poppen aan groter mannen. Dit doen we omdat, naar onze mening, grote poppen de neiging hebben om lui te zijn”.

Grote poppen worden altijd in trio’s gebruikt of zelfs grotere groepen. De man wordt alleen bij die grote poppen gezet om te paren. Hij wordt dan gekoppeld aan tenminste 2 poppen maar blijft bij geen van de poppen in de kooi. De poppen moeten zelf van het nest afkomen om zichzelf en de jongen te voeren.

Bevederingkwaliteit is zeer belangrijk, en de hoofdzaak is om niet twee vogels te koppelen die dezelfde soort bevedering hebben. Na de eerste visuele inschatting en het zien van wat mogelijke koppelingen checken we de bloedlijnen in ons kweekboek, om er zeker van te zijn dat geen van de eventuele koppelingen te dicht gerelateerd is. Onze favoriet koppeling is grootvader x kleindochter. We maken nooit een definitieve koppeling totdat de tijd daar is. Je kan nog makkelijk één of twee vogels kwijt raken terwijl ze in kweekconditie komen.

We gebruiken grote nestschalen van aardewerk die jaren geleden door een vriend van ons gemaakt zijn. De plastic of kleine nestbakken van aardewerk die in de handel verkrijgbaar zijn, zijn niet groot genoeg voor de Cresten. Jute nestviltjes worden in de nestbakken bevestigd met antimijtpoeder er tussen in. Ons nestmateriaal bestaat alleen maar uit jute.

We bevestigen geen nestbakken aan de wanden van de kooien, maar zetten ze op de vloer. Een stok is bevestigd aan het nest, zodat als een jong uit het nest gesleept wordt de stok het tegen kan houden en in het nest kan houden. Sommige poppen negeren het nest wat ze aangeboden wordt en bouwen er zelf één op de vloer. Als deze poppen hun eieren terug krijgen, dan tillen we het nestje in de nestbak. Voordat we vogels in de broedkooien zetten, worden de nagels geknipt om te voorkomen dat ze de eieren beschadigen. Ook worden de  kuiven geknipt.

Vanwege hun kopbevedering hebben Cresten een “ blinde plek “ direct boven zich.

De kopbevedering wordt aan beide zijdes weggeknipt, zodat ze ook achter zich en naar boven kunnen kijken. De enige andere veren die geknipt worden, bij zowel mannen als poppen, zijn de hane-veren zodat ze een goede paring niet in de weg zitten. We zijn wel zo voorzichtig om niet de tapveren weg te knippen, want die zijn nodig voor een goede bevruchting.

Alle vogels worden ingepoederd met antimijtpoeder voordat ze in hun kooien worden gezet, die inmiddels zijn schoongemaakt en gedesinfecteerd. Het is heel belangrijk om een pop pas in een broedkooi te zetten als ze in conditie is. Mannen kun je op vertrouwen als ze bij een pop zitten die er aan toe is om te paren. Als ze als koppels gebruikt worden, dan blijft de man bij de pop in de kooi.

Bij trio’s of meer (Sommige van onze mannen worden wel voor 4 poppen gebruikt) wordt de man na iedere paring verwijderd zodat er geen koppel wordt gevormd, wat het moeilijker zou maken om de man met andere poppen te laten paren. Kanariepoppen kunnen hun nesten alleen grootbrengen.

In feite is het zo dat ze lui kunnen worden als de man er bij blijft en ze te veel helpt.

Als het leggen begint, worden de eieren iedere morgen weggehaald en in een doosje geplaatst met het nummer van de kooi er op. Een kunsteitje wordt in het nest gelegd zodat de pop er op kan zitten. Deze wordt weer weggehaald als de pop haar eigen eieren terugkrijgt op de 4e ochtend.

De randen van het nest worden ingepoeierd met antimijtpoeder. Elke avond spuiten ze in de kamer met antimijtspray. “Onze dierenarts stelde een blauwe insectenlamp voor, omdat grotere insecten misschien wel eens een mijt mee naar binnen konden brengen, of eitjes daarvan “.

 De lamp staat de hele dag aan, maar gaat ’s avonds uit om de vogels niet te verstoren. Op de 13e dag van de incubatie wordt er zachtvoer in de kooi gezet.

 “We gebruiken twee goede soorten zachtvoer gemixt met een vierde deel Couscous, een goede drager van vocht”. Bereid het in een bak met een stevig deksel. Voeg 2x de maat aan kokend water toe, doe de deksel op de doos terwijl het geheel afkoelt en voeg het dan aan het zachtvoer toe.

Bij veel kanarierassen kunnen de jongen weggehaald worden als ze 21 dagen oud zijn, maar bij Cresten duurt het langer. Ze hebben 28 dagen of meer nodig om zelfstandig te worden.

We kooien de jongen graag op in groepen van 10 en geven ze zachtvoer en een gritblok. Ook geven we ze zaad. Dat kunnen ze nemen als ze er aan toe zijn en dan gaan we geleidelijk over naar zaad. Zachtvoer is altijd aanwezig totdat ze klaar zijn met de rui”.

De jongen worden verplaatst van de kleinere kooien naar kleine vluchten als ze ongeveer 6 weken oud zijn en blijven daar tot hun kuiven gaan ruien. De kuiven gaan dan naar de enkele kooien, maar de Breds blijven in de vlucht tot aan de shows.

(* vertaling door Natascha Havermans voor de ANPV uit Cage & Aviary Birds * )

Opmerkingen
Bij deze kuif- of kuifbroedvogels moet men het meeste aandacht besteden aan de kuif/kop van deze vogels, hiervoor zijn dan ook de meeste punten ingeruimd op het keurbriefje. De kuif moet steeds zo groot mogelijk zijn. Deze kuif is vaak meer dan 3 cm in doorsnee.
De lichaamsvorm van de Crested is duidelijk wat slanker en meer gerekt als bij de Norwich. Voldoende aandacht moet worden geschonken aan de bevedering van de vogels. Voor het verkrijgen van een goede kuif is een lange bevedering noodzakelijk. Een enigszins losse en ruwe bevedering wordt dan ook toegestaan. Wel moeten we er steeds van uit blijven gaan dat een zo glad mogelijke bevedering de voorkeur geniet. Door de lange bevedering zal altijd de vorming van een zogenaamde broek ontstaan, het geen evenals het verschijnsel van afhangende stuitveren (haneveren) een kenmerk voor dit ras is
Natuurlijk moet er altijd voor gewaakt worden, dat de lichaamsvormen niet verstoord worden door een overmatige verengroei, of door misvormingen tengevolge van te lange bevedering.

  

Standaardomschrijving

KUIF CRESTED


KOP CRES-BRED  65 punten
De kuif bestaat uit een overvloed van brede en lange veren en kan niet te groot zijn. De kuifveren hangen regelmatig af vanuit een klein, centraal geplaatst middelpunt. De kuif kan plat zijn maar een hoge golvende afhangende kuif heeft de voorkeur.
De Crest-Bred heeft een forse en volle kop, met een duidelijke koepelvormige welving over het middelpunt van de schedel. Lange en dichte kopbevedering, die indien naar voren gestreken tot aan de snavelpunt reikt, met zware brede wenkbrauwen. Snavel kort en kegelvormig. Hals breed en goed gevuld.


LICHAAM, GROOTTE  10 punten
Goed gevuld vrij lang lichaam, met een brede licht gewelfde rug en een goed afgeronde borst. (lengte 17 cm)


BEVEDERING, STAART, VLEUGELS, KLEUR  10 punten

Lange bevedering, die zo goed mogelijk aangesloten aan het lichaam wordt gedragen. Langs de staart afhangende lange gebogen veren. (z.g. haneveren)   Goed aangesloten vleugels.   Staart niet te lang. Met uitzondering van rood, zijn alle kleuren, inclusief bont toegestaan.


POTEN  5 punten

Poten middelmatig van lengte,
dijen niet zichtbaar.


CONDITIE  10 punten

Gezond, zuiver en goed verzorgd.

(* Bron: ANPV *)

 

Met dank aan Math Lemmens

 

 

Overig Postuurnieuws

klik hier voor een presentatie over het           het kweken van glosters

                                                                            het kweken van kobalt

                                                                            het kweken van duitse kuiven

                                                                            het kweken van lancashire

                                                                            het kweken van Norwich

                                                                            het kweken van scotch

                                                                            het kweken van yorkshire

                                                                            het kweken van melado