De Postuurpagina
Op deze pagina trachten wij u zoveel mogelijk informatie te verschaffen over de verschillende postuur vogels.
Glosters
In september/oktober is het de tijd van het jaar om na te denken over de selectie van de vogels voor de kweek van volgend jaar. Dit zijn belangrijke beslissingen voor het behoud en de verbetering van je stam glosters. Hoewel het soms een kwestie van geluk is, bestaan er basisregels die gevolgd moeten worden om succes te hebben.
Algemene regels
Welke mannen houden we
Welke poppen houden we
Welke corona’s houden we
Welke consorts houden we
1. Als het je doel is om te winnen met consorts, dan moet je je kweek focussen op consorts. Hoewel vandaag de dag de tt consorts niet over de zware wenkbrauwen hoeven te beschikken als in het verleden, moet je je hierop focussen samen met een rond hoofd.
2. Kweekconsorts hoeven niet te beschikken over de positief genetische eigenschappen van corona’s.
3. De meest succesvolle tt consorts komen gewoonlijk uit lijnen van grotere vogels, wat aangeeft hun onverenigbaarheid voor de kweek van corona’s. De bij de coronakweek benodigde kleine consorts met strakke bevedering is zelden een hit op de keurtafel. Goede intensieve vogels komen altijd uit de lijn van krachtige consorts. De strakke intensieve consorts, geschikt voor coronakweek, zullen nooit de top bereiken.
4. Er is niets mis mee om een corona partner te gebruiken in de kweek van consorts. De meeste mensen doen dit, maar je moet er dan wel zeker van zijn, dat de corona komt uit een goede consort-lijn, anders is dat desastreus voor het kopje van je consorts. Het is ook erg moeilijk om de impact van een coronakopje voor een consortkopje te voorspellen. Je zult dan af moeten gaan op verwanten van de corona om een indicatie te hebben.
5. Er zijn altijd uitzonderingen op de regel, maar in de meeste gevallen produceren sommige paartjes betere consorts, terwijl andere betere corona’s produceren. Dit gebeurt zelfs in dezelfde lijn. De glosterkwekers moeten niet bang zijn voor deze realiteit. Integendeel we moeten het begrijpen en in ons voordeel gebruiken.
6. Als het je doel is om de beste corona’s te kweken, dan moet je consorts gebruiken die nauw verwant zijn aan je beste corona’s. De meeste van deze consorts zullen nooit iets maken op de keurtafel. Maar als je succesvol wil zijn, dan moet je deze techniek leren, anders maakt het niet uit hoeveel goede corona’s je hebt maar je zult ze systematisch vernietigen door je betere consorts te gebruiken.
7. Gebruik altijd de consorts die het meeste verwant zijn met je beste corona’s, kijk niet naar de kopkwaliteiten van deze consorts, dat is niet hun doel. Maar de moeilijkheid ter verkrijging van goede kuiven, dwingt je tot een compromis bij selectie van je corona’s .je moet dan erg kritisch zijn op de overige kwaliteiten van de consort, omdat deze kwaliteiten erg nodig zijn om de tekortkomingen van je corona’s te compenseren. Met ander woorden, omdat je alleen goede kuiven kunt krijgen via je corona’s, mag je bij corona’s andere fouten accepteren, maar deze tekortkomingen mogen niet voorkomen bij je consorts.
De bovenstaande regels zijn erg duidelijk, maar om ze allemaal samen te gebruiken, als je gaat selecteren, levert een zeer interessante oefening op.
Robert Larochelle 2005.
De crest
Cresten van Fred en Ken Rix
Fred en Ken Rix kregen al meer dan dertig geleden interesse in de Crestedkanarie en al gauw konden ze genieten van hun eerste showsucces in een reeks van velen. Vader en zoon Fred en Ken Rix begonnen vroeg in de jaren ’70 met Cresten, schrijft Roy Stringer. Daarvoor kweekten en showden zij met Borders en Britse vogels. Cresten waren niet makkelijk aan te schaffen en de fam. Rix schreef naar vele topkwekers zonder antwoord te krijgen. De eerste die antwoord gaf was C.A. Lamb uit Nottingham, een hele bekende kweker die bij veel gelegenheden “Beste Crested in show” had gewonnen op de Nationale tentoonstelling en op de Crested Canary Club (CCC).
Nadat zij een paar jaar Cresten hadden gekweekt, konden de partners wat vogels kopen van A.E. Newsham, die een goede vriend en adviseur werd. Daarna schaften zij zich wat vogels aan van Rod Lesham, die de nummer één was tussen de Crestkwekers. Zij bleven vijf jaar lang Cresten kweken zonder ze te showen hoewel ze vele shows bezochten om het type te bestuderen die wonnen.
Toen ze hun Cresten begonnen te showen, kwam het ene succes na het andere. Ze hebben “Beste kanarie in show”gewonnen op de National en beste jonge showvogel in show op het zelfde evenement. Op de nationale tentoonstelling hebben ze de beker voor beste overjarige kanarie verscheidene malen gewonnen. Beste Crested kanarie 19 keer en beste oude type kanarie 16 keer.

Op de clubshow van de CCC hebben de Rixen meer dan 20 keer “Best Crest”en “Beste jonge Crest” geïncasseerd. Ze hebben beiden bij de National bij de CCC en bij shows over de grens gekeurd. Fred is erevoorzitter van de CCC en Ken is erelid, secretaris en penningmeester.
De Rixen merken op dat het belangrijkste van een Crest de kop is. De kwaliteit van de kop is het moeilijkst te bereiken; de kop moet rond en zo groot mogelijk zijn, met een brede, bladvormige bevedering wat loopt vanuit een klein middelpunt tot aan het uiteinde van een kleine snavel, zonder split erin. Ovale of schildvormige kuiven zijn niet acceptabel. Ook die vogels niet waarvan de kern van de kuif niet in het midden van de kop zit, of vogels met splitten in de kuif of “hoorntjes”.
Een Crested moet een grote kop hebben met een brede bladvormige bevedering die over de ogen heen valt om ze een uiterlijk te geven van een uil. Hoewel de Crested kanarie het meeste opvalt, is de Crested heel belangrijk als het er op aan komt om goede Cresten te kweken.
Crestbreds hebben genoeg van de juiste bevedering nodig op hun kop om een goede kuif voort te brengen. Als je zachtjes de kopbevedering naar voren duwt vanaf de achterkant van de schedel met een munt, dan moet de bevedering naar de punt van de snavel komen. Al de normale kleuren die je ook vindt in de andere “type” kanarierassen , vind je ook bij de Crest, alhoewel hele gelen zeldzaam zijn.
De vleugeltekening van de Crest is aantrekkelijk, maar op de show zijn de kopkwaliteit en het “type” de meest belangrijke punten. Als die goed zijn, dan kan elke kleur winnen.
De Crest is niet gemakkelijk te kweken. Het is beter om er nog een kleiner ras bij te kweken zoals Fifes, Glosters of kleurkanaries, zo vertelde Fred me. Als je dan nog steeds Cresten wilt, probeer het dan met 2 of 3 koppels.

Met Cresten is de standaardkoppeling Crest x Crestbred. Alle koppels zouden hetzelfde moeten zijn: bijvoorbeeld 3 kuifmannen met 3 gladkop-poppen of 3 gladkop-mannen x 3 kuifpoppen. Dit komt je goed uit als er problemen in de broedkooien zijn, omdat alle mannen en poppen verwisselbaar zijn. Cresten vereisen geen speciale behandeling en ze zijn niet moeilijk in het voorbereiden voor de show.
Slechts weinig ruw bevederde vogels zijn er nog te vinden, omdat de bevederingkwaliteit in de laatste 20 jaar sterk verbeterd is.
De laatste tijd doen de Cresten van de familie Rix er langer over om door de rui te komen, dus zijn ze soms niet klaar voor de vroege shows. Maar vader en zoon zijn het met elkaar eens : “Na al die jaren zijn Cresten voor ons nog steeds een genot om te kweken. Er is echter genoeg om over na te denken als je jezelf gaat voorbereiden om Cresten te kweken. Fred en Ken Rix bieden dan ook wat tips aan.
“Als wij de kweekkoppels van onze Cresten selecteren bestuderen we eerst hun uiterlijke attributen; zoals type, maat en bevederingkwaliteit. Type is te allen tijde belangrijk, maar als het op de maat aankomt dan koppelen we graag kleinere poppen aan groter mannen. Dit doen we omdat, naar onze mening, grote poppen de neiging hebben om lui te zijn”.
Grote poppen worden altijd in trio’s gebruikt of zelfs grotere groepen. De man wordt alleen bij die grote poppen gezet om te paren. Hij wordt dan gekoppeld aan tenminste 2 poppen maar blijft bij geen van de poppen in de kooi. De poppen moeten zelf van het nest afkomen om zichzelf en de jongen te voeren.

Bevederingkwaliteit is zeer belangrijk, en de hoofdzaak is om niet twee vogels te koppelen die dezelfde soort bevedering hebben. Na de eerste visuele inschatting en het zien van wat mogelijke koppelingen checken we de bloedlijnen in ons kweekboek, om er zeker van te zijn dat geen van de eventuele koppelingen te dicht gerelateerd is. Onze favoriet koppeling is grootvader x kleindochter. We maken nooit een definitieve koppeling totdat de tijd daar is. Je kan nog makkelijk één of twee vogels kwijt raken terwijl ze in kweekconditie komen.
We gebruiken grote nestschalen van aardewerk die jaren geleden door een vriend van ons gemaakt zijn. De plastic of kleine nestbakken van aardewerk die in de handel verkrijgbaar zijn, zijn niet groot genoeg voor de Cresten. Jute nestviltjes worden in de nestbakken bevestigd met antimijtpoeder er tussen in. Ons nestmateriaal bestaat alleen maar uit jute.
We bevestigen geen nestbakken aan de wanden van de kooien, maar zetten ze op de vloer. Een stok is bevestigd aan het nest, zodat als een jong uit het nest gesleept wordt de stok het tegen kan houden en in het nest kan houden. Sommige poppen negeren het nest wat ze aangeboden wordt en bouwen er zelf één op de vloer. Als deze poppen hun eieren terug krijgen, dan tillen we het nestje in de nestbak. Voordat we vogels in de broedkooien zetten, worden de nagels geknipt om te voorkomen dat ze de eieren beschadigen. Ook worden de kuiven geknipt.
Vanwege hun kopbevedering hebben Cresten een “ blinde plek “ direct boven zich.
De kopbevedering wordt aan beide zijdes weggeknipt, zodat ze ook achter zich en naar boven kunnen kijken. De enige andere veren die geknipt worden, bij zowel mannen als poppen, zijn de hane-veren zodat ze een goede paring niet in de weg zitten. We zijn wel zo voorzichtig om niet de tapveren weg te knippen, want die zijn nodig voor een goede bevruchting.
Alle vogels worden ingepoederd met antimijtpoeder voordat ze in hun kooien worden gezet, die inmiddels zijn schoongemaakt en gedesinfecteerd. Het is heel belangrijk om een pop pas in een broedkooi te zetten als ze in conditie is. Mannen kun je op vertrouwen als ze bij een pop zitten die er aan toe is om te paren. Als ze als koppels gebruikt worden, dan blijft de man bij de pop in de kooi.
Bij trio’s of meer (Sommige van onze mannen worden wel voor 4 poppen gebruikt) wordt de man na iedere paring verwijderd zodat er geen koppel wordt gevormd, wat het moeilijker zou maken om de man met andere poppen te laten paren. Kanariepoppen kunnen hun nesten alleen grootbrengen.
In feite is het zo dat ze lui kunnen worden als de man er bij blijft en ze te veel helpt.
Als het leggen begint, worden de eieren iedere morgen weggehaald en in een doosje geplaatst met het nummer van de kooi er op. Een kunsteitje wordt in het nest gelegd zodat de pop er op kan zitten. Deze wordt weer weggehaald als de pop haar eigen eieren terugkrijgt op de 4e ochtend.
De randen van het nest worden ingepoeierd met antimijtpoeder. Elke avond spuiten ze in de kamer met antimijtspray. “Onze dierenarts stelde een blauwe insectenlamp voor, omdat grotere insecten misschien wel eens een mijt mee naar binnen konden brengen, of eitjes daarvan “.
De lamp staat de hele dag aan, maar gaat ’s avonds uit om de vogels niet te verstoren. Op de 13e dag van de incubatie wordt er zachtvoer in de kooi gezet.
“We gebruiken twee goede soorten zachtvoer gemixt met een vierde deel Couscous, een goede drager van vocht”. Bereid het in een bak met een stevig deksel. Voeg 2x de maat aan kokend water toe, doe de deksel op de doos terwijl het geheel afkoelt en voeg het dan aan het zachtvoer toe.
Bij veel kanarierassen kunnen de jongen weggehaald worden als ze 21 dagen oud zijn, maar bij Cresten duurt het langer. Ze hebben 28 dagen of meer nodig om zelfstandig te worden.
We kooien de jongen graag op in groepen van 10 en geven ze zachtvoer en een gritblok. Ook geven we ze zaad. Dat kunnen ze nemen als ze er aan toe zijn en dan gaan we geleidelijk over naar zaad. Zachtvoer is altijd aanwezig totdat ze klaar zijn met de rui”.
De jongen worden verplaatst van de kleinere kooien naar kleine vluchten als ze ongeveer 6 weken oud zijn en blijven daar tot hun kuiven gaan ruien. De kuiven gaan dan naar de enkele kooien, maar de Breds blijven in de vlucht tot aan de shows.
(* vertaling door Natascha Havermans voor de ANPV uit Cage & Aviary Birds * )

Opmerkingen
Bij deze kuif- of
kuifbroedvogels moet men het meeste aandacht besteden aan de kuif/kop van deze
vogels, hiervoor zijn dan ook de meeste punten ingeruimd op het keurbriefje. De
kuif moet steeds zo groot mogelijk zijn. Deze kuif is vaak meer dan 3 cm in
doorsnee.
De lichaamsvorm van de Crested is duidelijk wat slanker en meer gerekt als bij
de Norwich. Voldoende aandacht moet worden geschonken aan de bevedering van de
vogels. Voor het verkrijgen van een goede kuif is een lange bevedering
noodzakelijk. Een enigszins losse en ruwe bevedering wordt dan ook toegestaan.
Wel moeten we er steeds van uit blijven gaan dat een zo glad mogelijke
bevedering de voorkeur geniet. Door de lange bevedering zal altijd de vorming
van een zogenaamde broek ontstaan, het geen evenals het verschijnsel van
afhangende stuitveren (haneveren) een kenmerk voor dit ras is
Natuurlijk moet er altijd voor gewaakt worden, dat de lichaamsvormen niet
verstoord worden door een overmatige verengroei, of door misvormingen tengevolge
van te lange bevedering.
Standaardomschrijving
KUIF CRESTED
KOP CRES-BRED 65 punten
De kuif bestaat
uit een overvloed van brede en lange veren en kan niet te groot zijn. De
kuifveren hangen regelmatig af vanuit een klein, centraal geplaatst middelpunt.
De kuif kan plat zijn maar een hoge golvende afhangende kuif heeft de voorkeur.
De Crest-Bred heeft een forse en volle kop, met een duidelijke koepelvormige
welving over het middelpunt van de schedel. Lange en dichte kopbevedering, die
indien naar voren gestreken tot aan de snavelpunt reikt, met zware brede
wenkbrauwen. Snavel kort en kegelvormig. Hals breed en goed gevuld.
LICHAAM, GROOTTE 10 punten
Goed gevuld vrij
lang lichaam, met een brede licht gewelfde rug en een goed afgeronde borst.
(lengte 17 cm)
BEVEDERING, STAART, VLEUGELS, KLEUR 10 punten
Lange bevedering,
die zo goed mogelijk aangesloten aan het lichaam wordt gedragen. Langs de staart
afhangende lange gebogen veren. (z.g. haneveren) Goed aangesloten vleugels.
Staart niet te lang. Met uitzondering van rood, zijn alle kleuren,
inclusief bont toegestaan.
POTEN 5 punten
Poten middelmatig
van lengte,
dijen niet zichtbaar.
CONDITIE 10 punten
Gezond, zuiver en
goed verzorgd.
(* Bron: ANPV *)
Met dank aan Math Lemmens
Overig Postuurnieuws
klik hier voor een presentatie over het het kweken van glosters